Wanda Reisel
Wanda Reisel is geboren in Willemstad, Curaçao, op 24 november 1955. Haar joodse ouders waren uit angst voor de Koude Oorlog in 1948 naar dit eiland uitgeweken om in 1960 weer terug te keren naar Amsterdam. Daar is Wanda Reisel opgegroeid in een artsengezin met zes kinderen. Haar vader was internist en haar moeder verpleegster. Tegen haar vader heeft ze altijd erg opgekeken. Volgens Reisel was het een patriarchale, autoritaire man die enorm veel kennis bezat en hij appelleerde flink aan intellectuele capaciteiten. Reisel vertelt aan Elsbeth Etty van NRC Handelsblad dat je van hem meer moest doen dan je dacht dat je mogelijkheden waren en dat dat een enorme druk op haar heeft gelegd. Voor haar schrijverschap is dan ook het belangrijkste geweest dat ze het gewoon is gaan doen.

Als klein kind speelt de dood al een belangrijke rol in haar leven. Ze wist dat driekwart van haar familie was uitgemoord tijdens de oorlog en haar oudste broer overleed op zijn twaalfde bij een auto-ongeluk. Daardoor bestond bij haar thuis klein verdriet niet. Als er een poes of vogeltje dood ging, werd daar niet sentimenteel over gedaan, want er bestond alleen maar Enorm Verdriet. “Het kleine verdriet dat je zelf voelt, is helemaal niet belangrijk vergeleken bij een dode broer of de oorlog” (NRC Handelsblad, 16 mei 1997).

Na het gymnasium (1968-1974) studeerde Reisel korte tijd geschiedenis, maar na anderhalf jaar schreef ze zich in voor de regieopleiding van de Theaterschool in Amsterdam. Deze opleiding voltooide ze wel (in 1981) en sindsdien heeft ze meerdere toneelstukken geschreven, zoals Ansichten, Op de hellingen van de Vesuvius en De zindering.
Tegen Elsbeth Etty vertelde ze dat het er al vroeg in zat dat ze schrijfster zou worden:

"Ik wil dat niet romantiseren, maar het is wel zo. Ik kon al op mijn vijfde lezen. Mijn oudere broer heeft me dat geleerd. Taal speelde thuis een belangrijke rol. En ik vond een tikmachine een geweldig ding. Ik was zes en ik kon schrijven. Het heerlijkste was om na schooltijd op de plek van de secretaresse van mijn vader, die om vijf uur vertrok, te gaan zitten, achter een kleine Olivetti. Daar draaide ik dan een vel in en dan ging ik zinnen maken en gedichtjes. Niks bijzonders. Maar zo heb ik mezelf leren tikken. Het voelde lekker, net als opstellen maken op school. Echt met schrijven begon ik pas toen ik 26 was, aan het einde van de regie-opleiding. In '84 is mijn eerste toneelstuk, Ansichten, opgevoerd door Baal."

Naast de toneelstukken en enkele film- en televisiescenario's heeft Reisel proza geschreven. Ze debuteerde in 1986 als prozaschrijver met Jacobi's tocht (twee novellen). Daarna volgde haar eerste roman Het blauwe uur in 1988. Ze werd in 1997 bij een breder publiek bekend dankzij de nominatie van Baby Storm (1996) voor de Libris Literatuurprijs. De laatste jaren is ze zich steeds meer gaan concentreren op proza.

Reisel laat haar personages buiten het normale maatschappelijke proces staan. Zelf heeft ze daar ook altijd buiten gestaan en tegen Elsbeth Etty vertelt ze dat ze ook geen kinderen heeft, hoeveel ze er ook van houdt, omdat kinderen hebben, betekent dat je meedoet aan het normale maatschappelijk proces. Het zit in haar om altijd buitenstaander te zijn. Dat zoekt ze niet zelf op, maar het gebeurt en zelf denkt ze dat dat waarschijnlijk te maken heeft met het reiken naar het onbereikbare, het veel te hoge eisen stellen aan de kwaliteit van het leven.

Bibliografie
Proza
1986 Jacobi's tocht
1988 Het blauwe uur
1993 Het beloofde leven
1996 Baby Storm (nominatie Libris Literatuurprijs 1997)
2000 Een man een man
2004 Witte liefde

Toneel
1984 Ansichten
1987 Echec
1988 Op de hellingen van de Vesuvius
1990 De vliegenier
1992 Heimwee: vier toneelstukken (bevat Ansichten, Echec, Op de hellingen van de Vesuvius en De vliegenier)
1999 Sangria!
2002 De zindering